De aircocondensor is een cruciaal onderdeel van het airconditioningsysteem in moderne voertuigen, verantwoordelijk voor het afkoelen van het gecomprimeerde koudemiddel voordat het zijn weg door het systeem vervolgt. Wanneer deze component defect raakt door steenslag, corrosie of mechanische schade, resulteert dit in een volledig uitgevallen airconditioning – een situatie die niet alleen het comfort maar ook de veiligheid kan beïnvloeden door het beslaan van ruiten. Het vervangen van een aircocondensor vereist specifieke kennis, professionele apparatuur en strikte naleving van milieuwetgeving zoals de F-gassenverordening. Deze handleiding biedt gedetailleerde informatie over het herkennen van defecten, de benodigde gereedschappen en het stapsgewijze vervangingsproces.

Symptomen van een defecte aircocondensor herkennen

Het tijdig identificeren van een defecte condensor kan u aanzienlijke kosten besparen en voorkomen dat andere componenten van het airconditioningsysteem beschadigd raken. Een kapotte condensor manifesteert zich door verschillende herkenbare symptomen die variëren in ernst en duidelijkheid. Professionele monteurs schatten dat ongeveer 35-40% van alle airconditioningstoringen gerelateerd is aan condensorproblemen, wat dit onderdeel tot een van de meest kwetsbare componenten maakt.

Verminderde koelprestaties en warme lucht uit de ventilatieroosters

Het meest voorkomende symptoom van een falende condensor is een geleidelijke afname van de koelcapaciteit. U merkt dat de airconditioning aanvankelijk nog enige koeling levert, maar deze neemt progressief af totdat er uiteindelijk alleen nog warme lucht uit de ventilatieroosters komt. Dit gebeurt omdat het koudemiddel door de lekkage langzaam uit het systeem ontsnapt, waardoor de druk daalt en het systeem niet meer effectief kan functioneren. Bij een volledig leeg systeem schakelt de compressor automatisch uit via een drukschakelaar om schade te voorkomen.

Lekkage van r134a of r1234yf koudemiddel onder de motorkap

Koudemiddellekkage is vaak visueel waarneembaar door olieachtige vlekken op en rond de condensor. Het koudemiddel zelf bevat PAG-olie (Polyalkyleenglycol) die na verdamping van het koudemiddel achterblijft als een glimmende, vettige substantie op de lamellenstructuur. Bij gebruik van UV-detectiemiddelen, die standaard aan moderne koudemiddelen worden toegevoegd, kunt u lekken identificeren door een groen fluorescerend patroon onder UV-licht. Studies tonen aan dat een gemiddeld airconditioningsysteem 50-150 gram koudemiddel per jaar verliest door natuurlijke permeatie, maar zichtbare lekkage duidt op een substantieel probleem dat onmiddellijke actie vereist.

Zichtbare schade aan de lamellenstructuur door steenslag

De condensor bevindt zich voorin de auto, direct achter de grille, wat het kwetsbaar maakt voor steenslag en wegdebris. Vooral tijdens wintermaanden, wanneer strooizout corrosie versnelt, ontstaan er sneller beschadigingen. Visuele inspectie kan deuken, doorboringen of verbogen lamellen aan het licht brengen. De dunne aluminium lamellen zijn slechts 0,1-0,2 mm dik en kunnen gemakkelijk beschadigen. Zelfs kleine perforaties leiden tot significant koudemiddelverlies omdat het systeem onder hoge druk staat

Daarnaast kunnen de lamellen dichtslibben met vuil, insecten en bladeren, waardoor de luchtstroom afneemt en de warmteafvoer verslechtert. Dit leidt tot hogere werkdrukken in het systeem en versnelt de slijtage van zowel de aircocondensor als de compressor. Bij ernstige corrosie zie je soms zelfs witte poederachtige afzettingen op de aluminium delen, een duidelijk signaal dat de structuur verzwakt is en lekkage op korte termijn te verwachten is.

Hoge drukwaarden bij airco-diagnose met manifold-manometer

Een meer technische manier om een defecte aircocondensor te herkennen, is via een drukmeting met een zogeheten manifold-manometer. Hierbij worden de hogedruk- en lagedrukaansluitingen van het aircosysteem uitgelezen terwijl de motor en airco draaien. Een condensor die zijn warmte niet goed meer kwijt kan – bijvoorbeeld door vervuiling, interne verstopping of gedeukte lamellen – veroorzaakt abnormaal hoge hogedrukwaarden. Waar een gezond R134a-systeem bij 25 °C buitentemperatuur vaak rond de 10–16 bar op de hoge druklijn zit, kunnen defecte condensors waarden van 20 bar of meer laten zien.

Te hoge drukwaarden zorgen ervoor dat de hogedrukschakelaar de compressor periodiek uitschakelt om schade te voorkomen. U merkt dit als een airco die kort koelt en dan plotseling stopt, om daarna weer even aan te slaan. In extreme gevallen kan een overdruk zelfs tot een gescheurde condensor, lekkende leidingen of een defecte compressor leiden. Daarom is een correcte diagnose met een manifold-set een essentieel onderdeel van professioneel airco-onderhoud, zeker als u overweegt de aircocondensor te vervangen.

Benodigde gereedschappen en materialen voor condensorvervanging

Het vervangen van een aircocondensor lijkt op het eerste gezicht puur mechanisch werk, maar in de praktijk komt er meer bij kijken. Omdat u met onder druk staand koudemiddel, gevoelige afdichtingen en elektronisch aangestuurde componenten werkt, zijn de juiste gereedschappen cruciaal. Bovendien stelt de Europese F-gassenverordening strikte eisen aan het omgaan met R134a en R1234yf, waardoor een deel van de werkzaamheden altijd door een erkend bedrijf moet worden uitgevoerd.

Professionele koudemiddelafzuiginstallatie volgens f-gassenverordening

Voordat u ook maar één bout van de aircocondensor losdraait, moet het koudemiddel veilig worden afgetapt. Dit mag wettelijk alleen met een gecertificeerde koudemiddelafzuiginstallatie (recovery-station) gebeuren, bediend door een monteur met F-gassencertificaat. Het ongecontroleerd laten ontsnappen van R134a of R1234yf in de buitenlucht is niet alleen schadelijk voor het milieu, maar kan ook forse boetes opleveren. Moderne afzuigstations registreren daarom exact hoeveel koudemiddel uit het systeem wordt gehaald en hoeveel later weer wordt gevuld.

Zo’n station voert doorgaans drie taken uit in één geautomatiseerde cyclus: het recupereert het oude koudemiddel, het scheidt en bewaart de aanwezige PAG-olie, en het trekt het systeem vacuüm voor een lektest. In de praktijk sluit de monteur het apparaat via de hoge- en lagedrukservicepoorten aan, selecteert merk en model van de auto in het menu en laat het systeem het werk doen. Voor doe-het-zelvers betekent dit: de mechanische demontage en montage kunt u eventueel zelf uitvoeren, maar de koudemiddelbehandeling moet u altijd aan een professionele aircospecialist overlaten.

Momentsleutels en specifieke dopsleutelsets voor bevestigingsbouten

De aircocondensor is meestal met meerdere kleine bouten en clips aan de radiateurdrager of frontmodule bevestigd. Daarnaast worden de hogedruk- en lagedrukleidingen met flensbouten, banjobouten of schroefkoppelingen vastgezet. Om beschadiging van draad, flenzen en afdichtvlakken te voorkomen, is het gebruik van een momentsleutel sterk aan te raden. Fabrikanten specificeren vaak relatief lage aanhaalkoppels, bijvoorbeeld 8–14 Nm voor leidingschroeven en 20–25 Nm voor bevestigingsbouten van de condensor.

Naast een momentsleutel heeft u doorgaans een assortiment dopsleutels (metrisch, soms E-torx), verlengstukken en eventueel zogeheten lijnsleutels (flare nut wrenches) nodig. Lijnsleutels grijpen de koppeling rondom vast en verkleinen de kans dat u een zachte aluminium fitting “ronddraait”. Zeker bij oudere voertuigen, waar corrosie en vuil hun werk hebben gedaan, kan dit het verschil maken tussen een vlotte demontage en een urenlange worsteling met afgeronde moeren.

Vacuümpomp en lekdetectiemiddelen voor systeemintegriteit

Na het monteren van de nieuwe aircocondensor moet het complete aircosysteem weer luchtdicht en droog worden gemaakt. Dit gebeurt door het systeem langdurig vacuüm te trekken met een vacuümpomp, meestal ingebouwd in het serviceapparaat van de aircospecialist. Een vacuüm van circa –1 bar gedurende minimaal 30 minuten zorgt ervoor dat vocht uit leidingen, condensor, droger en verdamper verdampt en wordt afgevoerd. Restvocht in het systeem kan anders met het koudemiddel reageren en zuren vormen, die op hun beurt de aluminiumcomponenten aantasten.

Om lekkages op te sporen worden in de praktijk twee technieken gebruikt: UV-lekdetectievloeistof en elektronische lekdetectors (snuffelaars). UV-additieven lichten felgroen op onder een UV-lamp en maken zelfs kleine lekkages bij koppelingen en lasnaden zichtbaar. Elektronische detectors reageren daarentegen op minimale concentraties koudemiddel in de lucht en zijn vooral handig op moeilijk bereikbare plekken. In een ideale situatie combineert u beide methoden om zeker te weten dat de nieuwe aircocondensor en alle verbindingen 100% dicht zijn.

Oem-condensor versus aftermarket-alternatieven van valeo en denso

Bij de keuze van een vervangende aircocondensor staat u voor de vraag: kiest u voor een originele (OEM) condensor van de dealer, of voor een aftermarket-exemplaar van merken als Valeo, Denso, Hella of Nissens? OEM-onderdelen zijn vaak duurder, maar sluiten naadloos aan op het originele ontwerp, inclusief geïntegreerde droger, montagematerialen en in sommige gevallen extra geluids- of trillingsdemping. Zeker bij jonge auto’s of premiummerken kan een OEM-condensor bijdragen aan waardebehoud en probleemloze montage.

Aftermarket-condensors van gerenommeerde fabrikanten bieden daarentegen vaak een uitstekende prijs-kwaliteitverhouding. In onafhankelijke tests scoren merken als Valeo en Denso qua koelprestaties en duurzaamheid doorgaans vergelijkbaar met origineel. Let wel op details zoals de aanwezigheid van de juiste bevestigingspunten, aansluitfittingen en – indien van toepassing – een geïntegreerde drogerfilter. Twijfelt u? Vergelijk de technische tekeningen en specificaties zorgvuldig en controleer het OE-nummer (bijvoorbeeld via VIN-zoektools) om zeker te zijn dat u de juiste aircocondensor bestelt.

Stapsgewijze demontage van de defecte aircocondensor

Is duidelijk vastgesteld dat de aircocondensor de oorzaak is van uw aircoproblemen? Dan kan de demontage beginnen. Het exacte stappenplan verschilt per merk en model, maar de basisvolgorde blijft vergelijkbaar: eerst het systeem drukloos en milieuvriendelijk maken, vervolgens toegang creëren aan de voorkant van het voertuig, en tot slot leidingen en bevestigingen zorgvuldig loshalen. Zie het als een soort “laagjes uittrekken” aan de voorzijde van de auto, waarbij u zich systematisch naar de condensor toewerkt.

Veilig aftappen van het koudemiddel met recovery-station

De allereerste stap is altijd het veilig en volledig aftappen van het aanwezige koudemiddel. Dit gebeurt via de servicepoorten op de hoge- en lagedrukzijde, die met snelkoppelingen aan het recovery-station worden verbonden. Het station pompt het koudemiddel uit het systeem, condenseert dit in een interne tank en scheidt tegelijkertijd de aanwezige olie. De hoeveelheid teruggewonnen koudemiddel wordt digitaal geregistreerd; dit is nuttige informatie om later te beoordelen of er sprake was van een groot of klein lek.

Pas wanneer het apparaat bevestigt dat de druk in het systeem tot vrijwel nul is gedaald, mag u de leidingen van de aircocondensor losnemen. Bij oudere systemen kan nog R12 of een onbekend mengsel aanwezig zijn; in dat geval is het des te belangrijker dat u een gespecialiseerd bedrijf inschakelt dat weet hoe het met verschillende koudemiddeltypes moet omgaan. Probeer nooit op eigen houtje het systeem te “ontluchten” door ventielen in te drukken of leidingen in de open lucht los te draaien – dit is zowel illegaal als gevaarlijk.

Verwijderen van de voorbumper en frontgrill voor toegang

Omdat de aircocondensor vrijwel altijd vóór de radiateur en achter de grille zit, moet u in de meeste gevallen de voorbumper verwijderen om voldoende werkruimte te creëren. Dit lijkt ingrijpender dan het vaak is: moderne bumpers zijn meestal met een combinatie van schroeven, clips en kunststof klemmen bevestigd. Begin met het verwijderen van de schroeven in de wielkasten, onderkant bumper en bovenzijde bij het frontpaneel. Daarna kunt u de bumper voorzichtig naar voren trekken en de eventuele stekkerverbindingen voor mistlampen, parkeersensoren of koplampsproeiers losmaken.

Bij sommige voertuigen volstaat het om alleen de bovenste grille of een serviceluik te demonteren, vooral bij SUV’s en bedrijfswagens met een modulaire frontconstructie. Raadpleeg altijd de werkplaatshandboeken of betrouwbare online handleidingen voor uw specifieke model. Een handige tip: maak tijdens de demontage foto’s met uw smartphone. Zo weet u bij de montage precies welke clip waar zat en voorkomt u rammels of slecht uitgelijnde panelen achteraf.

Loskoppelen van hogedruk- en lagedrukleiding met lijnsleutels

Nu de aircocondensor volledig toegankelijk is en het systeem drukloos is gemaakt, kunt u de hogedruk- en lagedrukleidingen loskoppelen. Deze zijn vaak met flensbouten of schroefkoppelingen direct aan de condensor bevestigd. Gebruik bij voorkeur lijnsleutels van de juiste maat om te voorkomen dat u de vaak zachte aluminium koppelingen afrondt. Hou een opvangdoek of absorberende lappen onder de verbindingen, want er kan nog een kleine hoeveelheid olie (PAG-olie) meekomen.

Let goed op hoe de leidingen lopen en ondersteund worden door klemmen of beugels. Een verkeerd gepositioneerde leiding kan later trillingen veroorzaken, wat op termijn tot scheuren of nieuwe lekkages leidt. Markeer desnoods de positie van klemmen en rubbers met een watervaste stift. Bij hardnekkig vastzittende koppelingen helpt het soms om ze licht te verwarmen met een föhn (nooit met open vuur!) of wat kruipolie op het schroefdraad te laten inwerken. Gebruik echter geen brute kracht; een afgebroken leiding is vele malen duurder dan een paar extra minuten geduld.

Demonteren van bevestigingsbeugels en condensorhouders

Als de leidingen los zijn, blijft de aircocondensor meestal alleen nog door een aantal bouten, clips of schuifbeugels aan de radiateur of frontmodule hangen. Afhankelijk van het ontwerp kan de condensor aan de radiateur “vastgeklikt” zijn, of met afstandsbusjes en rubbers op zijn plaats worden gehouden. Draai de bevestigingsbouten los en ondersteun de condensor tijdens de laatste slagen zodat hij niet plotseling naar beneden valt of lamellen beschadigt.

In veel auto’s kan de condensor nu aan de onderzijde uit de frontmodule worden geschoven of aan de bovenzijde naar voren worden uitgehaald. Let erop dat u de kwetsbare lamellen niet langs scherpe randen schuurt; een nieuwe aircocondensor met verbogen lamellen koelt minder goed. Beschouw de condensor als een grote, gevoelige laptopkoeler: functioneel robuust, maar mechanisch verrassend kwetsbaar als u er ruw mee omgaat.

Controle van de droger-filter en expansieklep tijdens demontage

Tijdens de demontage is dit het ideale moment om de rest van het aircosysteem visueel te inspecteren, met name de droger-filter (ook wel filterdroger of receiver-drier genoemd) en de expansieklep of verstuiver. In veel moderne systemen is de droger geïntegreerd in de condensor; bij het vervangen van de condensor wordt de droger dan automatisch mee vervangen. Bij oudere ontwerpen is de droger een apart cilindervormig onderdeel in de hogedruklijn, vaak in de buurt van de condensor gemonteerd.

Een droger die langer dan een paar jaar in een open systeem heeft gestaan, is verzadigd met vocht en verliest zijn filtercapaciteit. Daarom luidt de vuistregel: is het aircosysteem langer dan een half uur open geweest, dan moet de droger worden vernieuwd. Controleer ook de expansieklep of orifice tube op vervuiling, metaaldeeltjes of olie-sludge. Ziet u zwarte of glinsterende deeltjes, dan kan dit wijzen op interne compressorschade en is een uitgebreide spoelprocedure of zelfs vervanging van meerdere componenten noodzakelijk.

Installatie van de nieuwe condensor en systeemvoorbereiding

Met de oude aircocondensor verwijderd, kunt u beginnen aan de montage van het nieuwe exemplaar. Dit is het moment waarop nauwkeurigheid en netheid het verschil maken tussen een duurzaam gerepareerd aircosysteem en terugkerende problemen. Zorg dat u in een schone omgeving werkt, houd alle open leidingen zo kort mogelijk open en voorkom dat stof of vocht in het systeem terechtkomt. Zie de aircoleidingen als de aderen van het systeem: elke vervuiling kan later voor verstoppingen of onregelmatige werking zorgen.

Pag-olie toevoegen volgens fabrieksspecificaties

De compressor van het aircosysteem wordt gesmeerd door een specifieke soort olie, meestal PAG-olie met een bepaalde viscositeit (bijvoorbeeld PAG 46, PAG 100 of PAG 150). Een deel van deze olie circuleert samen met het koudemiddel door de aircocondensor. Wanneer u de condensor vervangt, gaat er altijd een beetje olie verloren, en bij sommige nieuwe condensors wordt de olie vooraf niet meegeleverd. Daarom moet de hoeveelheid en het type olie volgens de fabrieksspecificaties worden gecontroleerd en aangepast.

De totale olie-inhoud van een aircosysteem ligt vaak tussen de 90 en 250 gram, afhankelijk van het voertuig en het type compressor. Vervangt u alleen de condensor, dan wordt doorgaans 10–30 gram nieuwe olie aan het systeem toegevoegd, meestal direct via de serviceapparatuur. Raadpleeg altijd de technische gegevens van de fabrikant of betrouwbare databases; te weinig olie leidt tot voortijdige compressorschade, terwijl te veel olie de koelprestaties vermindert en de warmteoverdracht in de condensor belemmert.

Monteren van nieuwe o-ringen en afdichtingen op koppelingen

Een van de meest gemaakte fouten bij het vervangen van een aircocondensor is het hergebruiken van oude O-ringen en afdichtingen. Deze O-ringen zijn speciaal ontworpen voor gebruik met R134a of R1234yf en PAG-olie en verouderen na verloop van tijd, waardoor ze verharden, uitzetten of microscheurtjes vertonen. Daarom is het sterk aan te raden alle O-ringen van de leidingsverbindingen te vervangen door nieuwe exemplaren van het juiste materiaal (meestal HNBR, herkenbaar aan de vaak groene kleur).

Smeer de nieuwe O-ringen licht in met de juiste PAG-olie of een speciale airco-assemblageolie voordat u de koppelingen monteert. Dit voorkomt dat de ringen bij het aandraaien torderen en zorgt voor een betere afdichting. Gebruik vervolgens de momentsleutel om alle leidingschroeven en beugelsvlak volgens specificatie aan te trekken. Werkt u zonder momentsleutel? Draai dan “handvast plus een kwartslag” als grove richtlijn, maar wees voorzichtig: overmatig aandraaien kan de flens vervormen en juist lekkage veroorzaken.

Vacuümtrekken gedurende minimaal 30 minuten

Na de mechanische montage van de nieuwe aircocondensor, droger en eventuele andere componenten, is de volgende stap het vacuümtrekken van het aircosysteem. Het serviceapparaat sluit u opnieuw aan op de hoge- en lagedrukpoort en start een vacuümcyclus van minimaal 30 minuten; bij grote systemen of bij twijfel over restvocht is 45–60 minuten aan te raden. Tijdens het vacuümtrekken wordt de druk tot bijna nul verlaagd, waardoor eventueel aanwezig vocht verdampt en wordt afgevoerd.

Na het beëindigen van de vacuümfase volgt meestal een stabilisatie- of lektestfase. Het apparaat controleert of de druk in het systeem constant blijft. Stijgt de druk langzaam, dan wijst dit op een lekkage of op nog achtergebleven vocht. In dat geval moeten alle verbindingen worden nagelopen en zo nodig opnieuw worden aangedraaid of van een nieuwe O-ring worden voorzien. Pas wanneer het systeem een stabiel vacuüm behoudt, is het klaar om opnieuw met koudemiddel te worden gevuld.

Bijvullen met correcte hoeveelheid r134a of r1234yf koudemiddel

Het laatste onderdeel van de installatie is het nauwkeurig bijvullen van het juiste type en de juiste hoeveelheid koudemiddel. Op een sticker onder de motorkap of in de technische documentatie van het voertuig staat exact vermeld hoeveel gram R134a of R1234yf nodig is. Typische hoeveelheden liggen tussen de 400 en 900 gram, afhankelijk van het voertuigtype en de grootte van het aircosysteem. Moderne serviceapparatuur weegt de toegevoegde hoeveelheid tot op enkele grammen nauwkeurig af.

Een ondergevuld systeem koelt slecht en laat vaak schommelende drukken zien, terwijl een overvulde airco te hoge hogedrukwaarden kan veroorzaken en zelfs de compressor kan beschadigen. Daarom is het geen goed idee om “op gevoel” of met doe-het-zelf vulbussen te werken. Laat het vullen altijd uitvoeren door een aircospecialist met de juiste apparatuur. In veel gevallen wordt aan het koudemiddel ook direct UV-detectievloeistof toegevoegd, zodat toekomstige lekkages sneller gelokaliseerd kunnen worden.

Controle en testen van het airconditioningsysteem na reparatie

Na het vullen van het systeem is het tijd om te controleren of de vervanging van de aircocondensor het gewenste resultaat heeft. Start de motor, schakel de airconditioning in op de koudste stand en zet de ventilator op maximaal. Na enkele minuten zou er duidelijk koude lucht uit de ventilatieroosters moeten stromen, met uitblaastemperaturen die – afhankelijk van buitentemperatuur en luchtvochtigheid – vaak tussen de 4 en 10 °C liggen. Een digitale thermometer in het middenrooster is een eenvoudig maar effectief hulpmiddel om dit objectief te meten.

Daarnaast controleert de monteur met een manifold-manometer de systeemdrukken op de hoge- en lagedrukzijde. Bij een correct gevulde en goed functionerende airco liggen de waarden binnen de door de fabrikant opgegeven bandbreedtes. De condensorventilator (of koelventilator) moet aanslaan zodra de hogedruk oploopt, vooral bij stilstand of lage rijsnelheid. Blijft de ventilator uit, dan kunnen de drukwaarden te hoog worden, wat opnieuw tot storingen leidt. Tot slot wordt visueel gecontroleerd op lekkages bij de nieuwe verbindingen, vaak met behulp van UV-lamp en/of elektronische lekdetector.

Veelvoorkomende fouten en troubleshooting bij condensorvervanging

Ondanks een zorgvuldige aanpak kunnen er na het vervangen van een aircocondensor nog problemen optreden. Veelvoorkomende fouten zijn bijvoorbeeld het niet vervangen van de droger, het hergebruiken van oude O-ringen of het onvoldoende vacuümtrekken van het systeem. Dit leidt vaak tot terugkerende lekkages, matige koelprestaties of zelfs vroegtijdige compressorschade. Heeft u net een nieuwe condensor laten plaatsen en werkt de airco nog steeds niet optimaal? Dan loont het om deze punten systematisch na te lopen.

Een ander veelvoorkomend probleem is een verkeerde diagnose: de aircocondensor wordt vervangen, terwijl de werkelijke oorzaak in een verstopt expansieventiel, defecte ventilator of zwakke compressor ligt. Daarom is een complete diagnose – inclusief drukmeting, visuele inspectie en eventueel temperatuurmetingen vóór en na de condensor – essentieel. Hoor je bijvoorbeeld tikkende geluiden uit de compressor, of zie je ijzige leidingen direct na het expansieventiel? Dan kan er meer aan de hand zijn dan alleen een lekkende condensor.

Tot slot kunnen software- of regeltechnische aspecten roet in het eten gooien. Moderne voertuigen bewaken de werking van de airco via druksensoren, temperatuurvoelers en het motormanagement. Na een grote reparatie kan het nodig zijn foutcodes met een diagnosetool te wissen, of een adaptieprocedure uit te voeren. Blijft de compressor niet inschakelen ondanks een goed gevuld systeem, dan is het raadzaam om de foutgeheugenlogboeken uit te lezen en de elektrische aansturing van de compressor (koppeling of regelventiel) te controleren. Door mechanische, elektrische en regeltechnische aspecten in samenhang te bekijken, vergroot u de kans op een blijvend goed werkende airconditioning na het vervangen van de aircocondensor.